• De KoelkastCoach

Etiketten Lezen


Etiketten lezen is een vak apart. Helaas staat niet alles volledig uitgeschreven op de verpakking waardoor het soms gissen is wat er precies inzit. Daar komt nu verandering in want in dit artikel lees je wat alle termen op een etiket betekenen en waar je precies op dient te letten als je iets aanschaft.


Afbeelding op de verpakking

Foto 1.

Er zijn een aantal dingen waar de fabrikant/producent van een product rekening mee dient te houden, hoe en wat er exact op het etiket komt te staan. Neem bijvoorbeeld de tomaat op dit etiket. Zie foto 1.


Deze fabrikant heeft ervoor gekozen een tomaat op de voorkant af te beelden. Dan dien je ook in het etiket terug te vinden hoeveel tomaat er daadwerkelijk inzit. Dit zal altijd een percentage zijn. Zie foto 2.


Ingrediënten


Bekijk nog eens de ingrediënten op de foto 2.

Foto 2.

Er is een standaardregel die op ieder etiket toegepast dient te worden, namelijk het ingrediënt waar het meest van aanwezig in het product staat bovenaan.


Hoe minder de hoeveelheid hoe lager in het lijstje.

In het geval van de foto, zijn het mini crackers met tomaat. Alle meelsoorten staan als eerst op en daarna komt gelijk 14% tomatenpuree. Dat is een goed teken. Want let op er zijn best veel producten waar bij dit niet het geval is.


Neem bijvoorbeeld de lijst aan ingrediënten van een aspergesoep:

  • Gemodificeerd aardappelzetmeel

  • palmvet

  • tarwebloem

  • zout

  • suikermaïspoeder

  • aroma

  • smaakversterker E621

  • melksuiker

  • asperge 2,2%

  • suiker

  • melkeiwitten

  • aardappelzetmeel

  • kurkuma

Asperge en dan maar 2,2% staat meer aan de onderkant van het lijstje. Dat wil dus zeggen dat er bijna geen asperge aan te pas is gekomen aan deze aspergesoep. Weet dus wat je eet.


Voedingswaarden

Foto 3.

Als het gaat om voedingswaarden staan er verschillende dingen op een etiket. De hoeveelheid energie die een product levert per 100 gram. De hoeveelheid vetten, koolhydraten, eiwitten, zout, vezels en soms ook nog wat vitaminen erin zitten. Zie foto 3.


Energie


Hier zie je altijd twee verschillende thermen. kJ staat voor kilojoules en Kcal voor kilocalorie. Cal staat voor calorie en dat is een verouderde term, joule is hier de vervanging voor. Toch zijn wij mensen nog steeds gewend om calorieën te tellen en geen joules.


Vandaar dat deze nog steeds op de verpakking staat. Ook wordt er altijd geadviseerd om de juiste hoeveelheid calorieën te eten op een dag plus het energie verbruik per persoon wordt ook nog eens aangeduid in calorieën.

Een kilocalorie staat voor 1000 calorieën. Eén cal geeft de hoeveelheid warmte of energie aan die nodig is om een gram water mee te verwarmen.


De regel is dat een gemiddeld persoon tussen de 2000 en 2500 Kcal nodig heeft per dag om goed te kunnen functioneren. Toch is dit een beetje achterhaalt aangezien we vandaag de dag niet meer zoveel arbeid verrichten als vroeger.


Vetten:


Als het goed is dan vind je de hoeveelheid vetten op het etiket plus onderverdeeld in twee groepen. Verzadigde vetzuren en onverzadigde vetzuren. Kijk maar eens op foto 4.

Foto 4.

In principe hebben wij mensen van beide vetten een beetje nodig. Toch zijn de verzadigde vetzuren die je tegenkomt in kant en klare en verpakte producten minder gezonde vetten waar je niet te veel van dient te eten.

Onverzadigde vetzuren zijn de gezondere vetten die vaak goed kan gebruiken. Vet is een belangrijke bouwsteen en brandstof voor het menselijk lichaam.


Wil je uitgebreidere informatie over hoe het precies zit met gezonde en ongezonde vetten. Lees dan het artikel over gezonde vetten. Klik hier.

Koolhydraten:


Onder de noemer koolhydraten vallen alle suikers ook de natuurlijke suikers die in een product zitten. Jammer genoeg worden natuurlijke suikers nooit separaat vernoemd op een etiket. Dit zou het wel een stuk overzichtelijker maken.


Koolhydraten leveren eveneens energie net zoals vetten. Alleen zijn koolhydraten de snelste leverancier van energie. Koolhydraten verteren sneller waardoor deze bijna direct energie leveren. Op het etiket zie je dat een groot deel van deze koolhydraten suikers zijn. Om te weten te komen waar deze vandaan komen dien je even naar de volgende foto te kijken.

Foto 5.

Op de foto 5. zie je dat er suiker, glucosestroop en lactose staan als “suikers”. Je kunt er dus vanuit gaan dat de suiker die verwerkt is in dit product, gewoon witte suiker is. Eén derde van dit product per 100 gram bestaat dus uit suiker. Als het gaat om de aangeduide hoeveelheid koolhydraten dan is dit de opsomming van tarwemeel, suiker, glucosestroop en lactose.


Suiker heeft allerlei benamingen. Het kan dus goed zijn dat je een etiket leest en denkt dat er helemaal geen suiker in verwerkt is, maar dat kan een addertje onder het gras zijn.


Vezels:


Vezels zijn een belangrijk onderdeel voor een optimale spijsvertering. Ze geven je langer een vol gevoel en remmen je eetlust. Er zijn twee soorten vezels, oplosbare en de niet-oplosbare vezels.

  • Oplosbare vezels komen vooral voor in producten als groenten, fruit en peulvruchten. Deze vezels zijn voor de darmflora een feestje. Hierdoor gaat deze optimaler werken.

  • Onoplosbare vezels zitten over het algemeen in graanproducten, volkoren producten, lijnzaad en noten. Meer weten over vezels en waar ze noodzakelijk voor zijn? Klik hier.

Vezels zijn er in verschillende soorten en maten. Hier zijn allerlei claims voor op welke manier deze op het etiket mogen staan. Want een product mag absoluut geen misleidende informatie verstrekken. Er zijn richtlijnen aan de hoeveelheid vezels die in een product aanwezig dienen te zijn voordat deze vermeld mogen worden op een verpakking, denk aan zoveel gram per 100 gram. Dit is per claim verschillend.


Eiwitten:


Eiwitten zijn een bouwsteen en ook brandstof voor het menselijk lichaam. Toch worden eiwitten vooral gebruikt als bouwsteen omdat je overal in het lichaam eiwitten tegenkomt en nodig hebt. Wat fijn zou zijn als deze eiwitten direct onderverdeeld zouden zijn in dierlijke en plantaardige. Om hierachter te komen dien je de ingrediëntenlijst weer af te speuren.


Natrium/zout:


Dit spreekt voor zich. Omdat het verstandig is je zoutinname per dag te beperken tot 6 gram, kan het geen kwaad dit een beetje in de smiezen te houden. De gemiddelde Nederlander eet ongemerkt zo’n 9 gram zout per dag.

Bron: https://www.nbc.nl/kennis-regelgeving/claims-en-etikettering-van-voedingsvezels/print#:~:text=Vezels%20die%20officieel%20volgens%20de,in%20de%20voedingswaardetabel%20worden%20meegerekend.

23 keer bekeken0 reacties